Ferrari 250 GT/E

De Ferrari 250 GT/E, geproduceerd tussen 1960 en 1963, was de eerste vierzitter van Ferrari met een grote oplage. Van dit exemplaar hebben we het plaatwerk onder handen genomen en volledig opnieuw gespoten.

 

Een legende voor vier
Hoewel Ferrari wel eerder vierzitters heeft gemaakt, werden die vaak in hele kleine oplages geproduceerd. De 250, en dan met name de GT, leek bij uitstek geschikt om te converteren naar een (bescheiden) vierpersoons wagen. Om ruimte te kunnen bieden aan vier personen, moest de binnenruimte vergroot worden. Door de motor iets verder vooruit te plaatsen in het chassis, werd deze GT de eerste Ferrari waarin je veilig je kinderen mee kon nemen. Het bleef overigens ook wel bij kinderen, tenzij je bijzonder kleine vrienden had. Het 2+2 concept houdt qua ruimte immers niet over, zeker niet naar moderne maatstaven.

Zijn tijd ver vooruit
Krap zitten neem je op de koop toe wanneer je plaatsneemt in een Ferrari uit de jaren ’60, en dan met name de 250-serie. Volgens velen zijn dit immers de hoogtijdagen van het merk. Niet omdat ze het nu – of in elk ander decennium – slecht doen of deden, in tegendeel. Het leek echter alsof Ferrari de competitie ver voor was in the swinging sixties, en dat zit ‘m met name in de motorisering.

Een minuscule V12
De Ferrari 250 GT/E werd aangedreven door een – naar hedendaagse begrippen – minuscule V12. De Colombo Tipo 125 V12 had met zijn 3 liter inhoud een heel laag gewicht, maar een indrukwekkend vermogen, tot wel 300 pk. Deze V12 woog vele kilo’s minder dan de motoren van de directe concurrentie. Zo woog de Jaguar XK zes-in-lijn bijna twee keer zoveel! Een ander leuk (en motorgerelateerd) weetje; Ferrari gebruikt de inhoud van een enkele cilinder als typeaanduiding.